Internationaal
Op nationaal niveau zijn de afgelopen jaren verschillende geautomatiseerde Client-systemen ingevoerd voor ondersteuning van de import en export van landbouwgoederen. Dat opent de weg om nu ook tussen overheden van het land van verzending en land van bestemming de noodzakelijke certificeringsgegevens rechtstreeks, op elektronisch wijze, uit te wisselen
Elektronische exportcertificering heeft in vergelijking met de huidige papieren exportcertificering als groot voordeel dat belangrijke gegevens tijdig, met grotere zekerheden en tegen lagere transactiekosten en minder administratieve lasten voor bedrijven uitgewisseld kunnen worden.
De Nederlandse aanpak voor verdere internationale invoering van elektronische exportcertifering loopt langs twee sporen:
- Maken van afspraken over elektronisch berichtenverkeer in internationaal verband (met name gericht op standaardisering);
- Maken van afspraken met belangrijke landen voor Nederlandse exportbestemmingen (bilaterale afspraken). Afspraken die nadrukkelijk rekening houden met mogelijk specifieke eisen van derde landen waarnaar we exporteren.
Internationale standaarden
Als tweede exporteur in de wereld van agrarische goederen zijn de handelsbelangen voor Nederland groot. Dit betekent dat de door LNV gekozen aanpak en strategie voor invoering van elektronische exportcertificering, samen met het bedrijfsleven, heel zorgvuldig moet zijn. Belangrijk voor Nederland bij de invoering en internationale acceptatie van elektronische exportcertificering is dat deze gebaseerd is op internationaal geaccepteerde standaarden voor elektronische berichtenuitwisseling (gegevensdefinities, beveiliging van het elektronische berichtenverkeer). Ook moeten er goede afspraken zijn over de wijze waarop de administratieve organisatie wordt ingericht.
Door Nederland wordt in dit kader veel energie gestoken in afspraken met bijvoorbeeld de Europese Unie, Verenigde Naties (met name die onderdelen daarvan die de wereldstandaarden opstellen voor elektronisch berichtenverkeer of geautomatiseerde systemen, zoals de UN-CTAD) en de Wereld Douane Organisatie.
Januari 2010 is Client Internationaal gestart met een samenwerking met UN-CTAD, de VN-organisatie die richt op ondersteuning van handel en ontwikkeling in vooral ontwikkelingslanden. In de eerste fase van dit project (2010) wordt het douanesysteem van UNCTAD (dit heet ASYCUDA = Automated Systems for Customs Data) uitgebreid met Client-functies, die de certificering van Landbouwgoederen ondersteunen. Deze samenwerking heeft tot doel de verbeteringen die Client brengt bij im- en export van landbouwgoederen ook toegankelijk te maken voor een grote groep ontwikkelingslanden.
Afspraken met belangrijke handelspartners
Het is voor Nederland van groot belang dat met de belangrijkste handelspartners ook rechtstreeks afspraken worden gemaakt over elektronisch certificeren.
Internationaal is er inmiddels grote belangstelling voor verbeteringen die met elektronische exportcertificering bereikt kunnen worden. Diverse landen, zoals China, Zuid Korea, Canada, VS, Thailand, Ethiopië en Kenia hebben zich gemeld voor samenwerking met Nederland. In 2009 is bijvoorbeeld gestart met de eigenstandige bouw van Client Export in en door Kenia voor de plantaardige sector. Dit project levert eind 2010 een zelfstandig systeem op, afgestemd op lokale procedures en technologie, voor de ondersteuning van de exportcertificering van snijbloemen in Kenia.
Met China is afgesproken een pilot te starten voor elektronische exportcertificering van zuivelproducten uit Nederland.
Tenslotte
Door de samenwerking van het Client Internationaal programma met landen als China en Kenia en met internationale organisaties als de UN-CTAD wordt bereikt dat steeds meer landen in staat zijn om de exportgegevens van landbouwgoederen met elkaar elektronisch uit te wisselen.
